A Manding Journey
-
coolest, laidback and most feelgood music
 

African Diva's
-Afrikaanse divas stelen show

World of Strings
-
Virtuoze start in Emmeloord

Ballad of Manding
- fast-fingers has arrived...
- a veteran of Super Biton...
- Radio The Planet Australi
- BBC 3 Guide to Worldmusic

Adama Diabat
- excellent singer....
- Joy and jubilation!
- Brilliant
- BBC 3 Guide to Worldmusic

Five Great Guitars
- recentie Friesch Dagblad 2004
- recentie Gitaarnet.nl 2004
- recentie Telegraaf 2003
- recentie Delfts Dagblad 2003

Aminata Kamissoko
- Rootsworld
- outstanding female singer

Smilin' Osei
- Dagblad van het Noorden 2003
- Phat Planet.com
- Afropop Worldwide

Super Biton de Segou
- Phat Planet.com
- review from Japan...

Kaira Ben
- deserves a wide audience...

Alou Fane's Fote Mocoba
- BBC 3 Guide to Worldmusic

Larmonie's Silver Moods
- Concert a roaring success

Erik Huele World Music Group
- Friday The Fourteenth


Afrikaanse divas stelen show

vrijdag, 3 maart 2006, Cultuur
HESSEL FLUITMAN

Soepel en beweeglijk, zo zong Yinka Adesina haar openingslied van het optreden van de Afrikaanse Divas gisteravond in de Leeuwarder Harmonie. Vloeiend en soulful. Meteen toen er een oud vrouwtje het toneel opkwam, veranderde de sfeer naar basaal en kracht. Het stokje waarmee Busi Mhlongo over het toneel hompelde, werd al gauw een maarschalksstaf die ze onder haar oksel parkeerde: er moest tijdens het zingen ook bewogen worden. Dat deed ze vol overgave; niet zelden bewogen armen, billen en benen onafhankelijk van elkaar.
Pas toen zj het toneel opkwam viel op dat Adesina in moderne kleurige kleding met wat glitters stak. Zij verbeelde op die manier de nieuwe tijd. Mhlongo kwam op in een eenvoudige zwarte jurk, met hier en daar kleurige accenten. Zij zong fel, basaal en er klonk regelmatig woede in haar songs door. Waar de songs over gingen kon je niet alleen uit de sfeer proeven, maar ook uit de fotos, collages en filmpjes die als aanvullende beelden werden geprojecteerd op een rond projectiescherm. Mhlongo trok met haar zang echter zo de aandacht naar zich toe, dat je niet de tijd nam om daar ook nog op te letten.

Kalebas
Een bijzonderheid was dat de gitarist, Zoumana Diarra, zo nu en dan de Kora ter hand nam: een grote kalebas als klankkast en een aantal snaren langs een hals gespannen werden bijna als harp bespeeld. Het geluid zweeft tussen een mandoline en een duimpiano, maar lichter en dromeriger. Zeker als het zo licht versterkt is als bij dit concert.
Hoewel Yinka Adesina zo nu en dan nog in het Engels zong, werd het grootste gedeelte van het repertoire uiteraard in Afrikaanse talen gezongen: Zulu en Yoruba. Voor een eenvoudige westerling talen die niet te bevatten zijn, dus alle aanwijzingen waren welkom. Maar zoals gezegd, bij Mhlongo kwam je helemaal in de ban van haar stem. Zij zette haar songs neer met een kracht die je op het eerste gezicht niet in dat kleine lijf verwachtte. Haar woedende en betogende zang hielden je gevangen. En dat was meer dan voldoende.
Toch werd er dieper ingegaan op de taal. Vermakelijk was het praatje waarin Mhlongo enkele woorden als keel, rug, adamsappel en kus vertaalde in het Zulu. Dat bleken dus woorden te zijn die rijkelijk voorzien waren van de click: een klakkend geluid, dat ze achter in de keel maken. Een beetje vergelijkbaar met het klakken van de tong, maar dan niet voorin de mond met de tong, maar achter in de keel. Er werden woorden gezegd waar de click drie keer achter elkaar in voorkwam. Vervolgens zingzegde ze een liedje waarin al die woorden aan elkaar geregen, te voorschijn kwamen. Voor een westerling een onmogelijkheid, voor een Zulu een normale bezigheid. Het is maar wat je in je vroege jeugd meekrijgt.

Concert: African Divas: Busi Mhlongo (Zuid-Afrika) en Yinka Adesina (Nigeria)
Plaats: Harmonie, Leeuwarden
Belangstelling: ruim 400 bezoekers (uitverkocht)

'World of strings' biedt meer dan snaren

Jan Kuiper, gitaar
Zou Diarra, gitaar, kora
Purbayan Chatterjee, sitar
Niti Ranjan Biswas, tabla
Cheng Yu, pipa, guqin
Mouss Path M'Baye, sabar, tama, djemb
Oeds Bouwsma, bas

't Voorhuys
zaterdag 1 oktober 2005

EMMELOORD - Het programma heeft de titel 'World of strings' en dat dekt een groot deel van de lading, maar er is meer te beleven dan het 'plukken' aan snaren. Ook de percussie speelt een belangrijke rol en in een soort rap was zelfs een 'lekker ding' te beluisteren. Gitarist en artistiek leider Jan Kuiper noemde Purbayan Chatterjee uit Calcutta (India) 'de Marco Borsato van de sitar'. Niets ten nadele van 'onze' Marco, maar wat Chatterjee op zijn 'vloeibare' instrument presteerde was ongelooflijk. Dat gold ook voor tablaspeler Niti Ranjan Biswas uit Dhraka (Bangla Desh), die heel subtiel bezig was.

Het was zaterdagavond een virtuoze start van een nieuw seizoen in Theater 't Voorhuys en dat voor slechts een halfvolle zaal. De eerste voorstelling was een try-out en uiteraard liep alles nog niet van een leien dakje. Aan muzikaal niveau mankeerde het niet, het waren veeleer kleinigheden als afstemming, geluidskwaliteit en lostrekken van een snoer. Frappant was dat de geluidsman blijkbaar ook nog moest wennen, want na de pauze was hij even zoek. Gevolg: Cheng Yu, die voor het eerst in Nederland optrad, hield een inleiding die niet door de microfoon werd versterkt en toen ze guqin begon te spelen ontbrak de versterking aanvankelijk ook.

De snaarinstrumenten uit India en China zijn de sitar en de pipa. De sitar is gebouwd om de vloeiende beweging van de melodie, de raga en de vele glissando's, die het kenmerk zijn de van de Indiase vocale muziek, te laten weerklinken. De viersnarige pipa is nauw verwant aan de Europese luit en uitermate expressief. De tabla zorgt voor de ritmische begeleiding en bestaat uit twee kleine trommels die een rijk palet aan tonen kunnen voortbrengen door met de vingers te slaan en/of de met de muis van de hand op het trommelvel te duwen.

De instrumenten en niet te vergeten de bespelers uit een groot deel van de wereld bleken perfect samen te passen. Het begin van de voorstelling werd langzaam opgebouwd. Van een, naar twee, naar drie instrumenten tot uiteindelijk een breed palet aan wereldmuziek Even later gooide Chatterjee er een sitarsolo tegenaan en de toon was gezet: dit kon niet meer stuk.

De pipa, een 1600 jaar oud instrument, vraagt veel techniek van de rechterhand en het heeft Cheng Yu jarenlang oefenen gekost om die souplesse te krijgen. Tijdens het nummer Sambito waren jazzinvloeden te beluisteren. Met name Diarra heeft zijn hart aan het jazzgenre verpand. Hier een opvallende rol voor Oeds Bouwsma op contrabas. Hij legde een stevige basis en naarmate de voorstelling vorderde werd aan de hand van de fusion geluiden steeds meer duidelijk dat Bouwsma is benvloed door Jaco Pastorius.

Hoogtepunt
Het nummer Flowing Water, waarbij Cheng Yu soleerde op de guqin, kon het minst bekoren. Het instrument, dat doet denken aan een steelgitaar, bood veel van dezelfde klanken. Tijdens Duo etaleerden Biswas en Chatterjee hun kunnen. Dit samenspel was het hoogtepunt van de avond.

De stijl van Mouss Path M'Baye mag evenmin onvermeld blijven. Ook hij speelde op een manier die oogde alsof het allemaal vrij eenvoudig is, maar dat is duidelijk een kwestie van het verwarren van de begrippen simpel en klasse. De solo op de door Diarra zelf gebouwde kora, een Afrikaans instrument dat klinkt als een harp met een kalebas als klankkast, smaakte ook naar meer.

Jan Kuiper roemde na afloop, toen alle artiesten voor een meet and greet naar de foyer kwamen, de wereldmuzikanten. Hij gaf daarbij ook eerlijk toe de handen vol te hebben om met muzikanten van zo'n hoog niveau mee te spelen. Een uitdaging dus waarbij overigens ook Kuiper zijn virtuositeit etaleerde, maar er wel hard aan moest trekken. Het is een uitdaging die een voorstelling naar een heel hoog niveau tilt met muzikanten en publiek als winnaars en zeg nu zelf, wat wil je nog meer.

Jelle Edelenbosch

|Up|

A MANDING JOURNEY  
Zou/2004
The Leopard Man's African Music Guide

Zou Diarra is finally here with a new album, even on his own label. The record is not distributed through the ordinary commercial system, but can be ordered from Zou's website (see over) or be obtained from the man himself at gigs. So what has this fine guitarist to offer this time? I have to confess that I have had certain expectations to this this album after the light and beautiful "Ballad of Manding". Well, Zou Diarra does basically the same as he has done before, maybe with a more traditional orientation. "Ballad of Manding" is in fact to a large extent a kora based album. But the featherlight tunes are there as on "Ballad-", and the guitar/kora playing is at times superb. Zou Diarra is the kind of musician who is able to keep a tune floating on its rhythm even if themes and melody lines can be difficult to grasp. On "A Manding Journey" he does exactly that. On "Manding tama", for instance, a beautiful kora piece, or on "Sara", in a kora duet with his own balafon and guitar. On this album Zou Diarra plays all the instruments himself, guitar, kora, ngoni and balaphon, even percussion. He also, as mentioned, plays duets with himself, often accoustic vs electric, which works excellent. The tunes are not bad either, mostly traditional sounding, they sail along, light as summer clouds. But one hour with this lightness is too much, and one starts longing for variation on a CD without vocals. Zou Diarra could perhaps have achieved this by a more critical choice of tracks, or by arranging his music for a bigger group, i.e. with bass and/or violin/flute, maybe even sax. It is difficult to avoid that a dynamic dimension is lost when a musician is just relating to himself through a whole album. Consequently I feel that Zou Diarra's potencial is bigger than what is shown on this CD. Even if the man has produced some of the coolest, laidback and most feelgood music I know.

 |Up|


'Fast-Fingers' Has Arrived
Afrodisc, by Opiyo Oloya, Toronto Canada

The summer is gone with few worthy albums by the usual big names of the African music scene. But there are good ones there if you look hard enough. On the top of my summer list is the obscure 1997 instrumental album titled Ballad of Manding (Stern's Africa) by a relatively unknown Malian guitarist named Zoumana Diarra. A veteran of Super Biton, Super Djatta and The Rail Band, Diarra builds driving rhythms using his quick, lilting style on the guitar and ngoni, slowly propelling you toward the very zenith of sweetness. The album, unfettered by human vocals, allows the instruments to soar all on their own, wailing, smiling and singing, dazzling the ear with the most pleasing music. Along the way, Diarra's merry guitar flirts playfully with the skittish balafon of Kouyate Lansina, the laughing piano of Alex Wilson and the thunderclap from the congas of Tomas Dyani Akuru. Essa Mbaye is unrelenting on the talking drum, scattering pregnant wisdom on the tracks "Teri Janfa," "Ta Ma" and "Kala Timeni." But, for the head-stuck-on-a-tune experience where the brain craves the same music over and over, listen to "Siriba," and good luck getting it out your system. It may have taken four years for the album to make its way to the marketplace, but the music is as effervescent as newly bottled wine.

A veteran of Super Biton, Super Djatta and The Rail Band
RootsWorld

A veteran of Super Biton, Super Djatta and The Rail Band, Diarra builds driving rhythms using his quick, lilting style on the guitar and ngoni, slowly propelling you toward the very zenith of sweetness. The album, unfettered by human vocals, allows the instruments to soar all on their own, wailing, smiling and singing, dazzling the ear with the most pleasing music. Along the way, Diarra's merry guitar flirts playfully with the skittish balafon of Kouyate Lansina, the laughing piano of Alex Wilson and the thunderclap from the congas of Tomas Dyani Akuru. Essa Mbaye is unrelenting on the talking drum, scattering pregnant wisdom on the tracks "Teri Janfa," "Ta Ma" and "Kala Timeni." But, for the head-stuck-on-a-tune experience where the brain craves the same music over and over, listen to "Siriba," and good luck getting it out your system. It may have taken four years for the album to make its way to the marketplace, but the music is as effervescent as newly bottled wine." - 


Radio The Planet Australi
Tuesday 27th February, 2001
CD CUT 2, "MADING NKONO"
COMP  ZOUMANA DIARRA
PUBL DJENNE MUSIC
DJENNE MUSIC DJCD 1003 (Through Sandstock)
ZOUMANA DIARRA  "BALLAD OF MANDING"
5'54"
Lilting koras in rolling west african rhythm with improvised electric guitar soloing over the top.

BBC 3 Guide to Worldmusic
Diarra is an exceptionally gifted guitarist, composer, instrument-maker who has paid his dues with Alpha Blondy's band Dafrastar and then with the Super Rail Band, Super Biton and Super Djata.
cd Ballad of Manding
(Stern's, UK)
Super-sweet guitar - an all-instrumental album from Mali via Holland and Paris.

|Up|

Five Great Guitars
Friesch Dagblad december 2004 door Wiggele Wouda

Concert: Duizend en een snaren door The 5 Great Guitars
Datum: 16 december 2004, De Harmonie, Leeuwarden.  Belangstelling: bijna uitverkocht

Daar zit je dan met je goede gitaargedrag en met jou nog honderd anderen. In de vrije uurtjes en op zondag wat pingelen op een zes-snarige of twaalf-snarige gitaar, denkend dat je Eric Clapton bent of Mark Knopfler. Maar die ene oefening van de negentiende eeuwse Italiaanse gitarist Matteo Carcassi wilde toch al niet echt, om maar van het jongere werk van gitarist Harry Sacksioni te zwijgen. Als je diezelfde Harry Sacksioni, Jan Kuiper, Eric Vaarzon Morel, Zou Diarra en Digmon Roovers als The 5 Great Guitars in hun concert Duizend en n snaren de eerste akkoorden hoort spelen, weet je waarom het jou maar niet wil lukken en duik je met plaatsvervangende schaamte weg in je stoel. Wat deze heren aan gitaarspel laten horen en zien is mr dan fabuleus. Wat een virtuositeit dat als een heerlijk bombardement anderhalf uur lang de zaal in wordt geslingerd. En wie je ook neemt van dit kwintet, alle vijf spelen ze even goed. Natuurlijk gaat je belangstelling uit naar die ene grote gitarist: Harry Sacksioni. Naar zijn spel kijk je met grote ogen en dan is het razend knap hoe hij de bas- en solopartijen in een beweging hanteert binnen n akkoord. Die man moet zes vingers aan elke hand hebben, dat kan niet anders! Flamenco
Wie geen zes maar acht vingers aan zijn handen heeft, rechts en links, is de flamenco geweldenaar Eric Vaarzon Morel. Zijn grote meester mag dan wel Paco Pena zijn, zelf doet hij niet onder voor diens muziekkwaliteiten. Pena kijkt wellicht iets minder chagrijnig.
Jan Kuiper, initiatiefnemer om deze vijf meesters bij elkaar te laten concerteren is nog zo'n virtuoos. Het gemak waarmee hij speelt, doet je nog dieper in je stoel zakken. Wat een talent. Dat geldt ook voor Digmon Roovers die misschien door zijn baspartij wat minder op de voorgrond treedt en voor de West-Afrikaan Zou Diarra. Diarra heeft die typische en unieke West-Afrikaanse touch; swingend met een vleugje exotica. Het concert is een uitgebalanceerd muziekfestijn waarin composities van Kuiper, Sacksioni en Vaarzon Morel afwisselend de stemming op topniveau bepalen. Laatstgenoemde maakt een diepe indruk met Zindegi, een Indiaas getinte flamenco. Domweg een oase van auditief genot! Eenzelfde geldt voor Sacksioni's bewerking I wish van Stevie Wonder. Het mooiste van dit concert is eigenlijk de waarneming dat alle vijf er zo'n bijzonder veel plezier in hebben. Als ze spelen, lijken ze van de wereld en trekken je daarin mee. Maar ook het respect jegens elkaar maakt dit concert tot een heus gitarenspektakel van de bovenste plank. Als Zou Diarra zijn 23-snarige kora bespeelt, voel je de appreciatie voor hem en vallen ze afzonderlijk in met gepaste eerbied. Die combinatie (vooral in Improvisatie) laat gitaarspel uitstijgen boven een niveau waarvan je niet eens wist dat het bestond. Mensen die dit concert niet bijwonen missen iets! En je hoeft heus geen gitaarkenner of bespeler te zijn om hier van te genieten n te houden.


Five Great Guitars
Gitaarnet november 2004

"The Five Great Guitars" touren door het land. Een perfecte gelegenheid om een unieke gitaaravond te beleven. Hoewel je met het woord "gitaaravond" eigenlijk het concert tekort zou doen. Het is meer dan dat: het is een avond van wereldwijde muzikale invloeden die ten gehore worden gebracht door "toevallig" 5 topgitaristen en worden samengesmolten tot n schitterend geheel.
Ondanks dat er elke avond een vast programma staat gepland, weet niemand van te voren hoe het gaat klinken en wat het gaat worden. Improvisatie staat hoog in het vaandel bij de heren. Dit is gelijk de extra charme van dit concert. Het houdt het tevens ook spannend voor de gitaristen.
Eric Vaarzon Morel zou onmogelijk tweemaal hetzelfde kunnen spelen, ook al zou hij dit willen. Hij speelt eenvoudigweg teveel noten op een avond. Eric laat (op zeer hoog niveau) zien hoe flamenco gespeeld dient te worden.
Digmon Roovers heeft een "feel" die niet voor veel gitaristen is weggelegd. Digmon neemt de baspartijen voor zijn rekening en tevens een (over het algemeen) funky slag begeleiding.
Jan Kuiper is een alleskunner. Van popgitarist tot aan jazz.... Jan zijn solo's doen denken aan die van Al di Meola, maar dan toch nog op zijn eigen manier.
Zou Diarra laat zien hoe de Afrikaanse gitaar gespeeld wordt. Zijn spel heeft veel weg van Blai da N'oufa (de gitarist van Paul Simon die o.a. deelnam aan de "Graceland tour"). Het Afrikaanse ritme swingt werkelijk enorm en de korte solo's van Zou hebben venijn en zijn over het algemeen goed geplaatst.
En "last but not least" Harry Sacksioni. Tjah, wat moeten we nog over deze gitarist/muzikant zeggen? De man die met zijn eigen akoestische fingerstyle zijn visitekaartje al 30 jaar geleden heeft afgegeven en Nederland op de "fingerpickingkaart" heeft gezet. Hij blijkt in dit programma met zijn uitgebreide rechterhand technieken nog meer te kunnen dan we al van hem wisten. Hij complementeert het 5-koppige gezelschap met een enorme passie in zijn spel.
Elke gitarist heeft ook zijn "eigen" mini-solostuk in het geheel. Eric Vaarzon Morel speelt uiteraard een stuk flamenco. De gelijkenis met Paco de Lucia ligt voor de hand. Ik denk dat je daarmee gelijk veel zo niet alles hebt gezegd. Als men je dan toch met een gitarist moet vergelijken .. is dit toch wel een groot compliment.
Harry Sacksioni speelde in Rotterdam (het Oude Luxor theater) het swingende en opzwepende "I wish" van Stevie Wonder. Het publiek smulde van de walking bass van Harry. De mensen die achter mij zaten dachten dat Digmon Roovers al aan het begeleiden was... Toen Digmon het toneel op kwam, halverwege het stuk (!), voor een extra "jam"-ondersteuning, hoorde ik achter mij: "He?? Ik hoorde toch al twee gitaren?"
Zou Diarra speelde solo op een schitterende Kora. Een zelf gemaakt instrument met als klankkast een kalebas. Het geluid deed je in een sprookjeswereld belanden. De andere gitaristen ondersteunden hem in dit stuk. Het verklaarde voor mij direct de titel van het programma: "duizend en n snaren"
Jan Kuiper bracht in zijn solo stuk een hommage aan zijn drie dochters ten gehore. Hij heeft drie stukken (voor elke dochter n) in n stuk verweven. Hij probeert hiermee de verschillende karakters van zijn dochters te vangen. Het neigt naar de jazz kant toe. De melodien in dit stuk zijn totaal verschillend, maar het past wel in dit stuk.
Digmon Roovers is eigenlijk de enige die zijn solo stuk ten gehore brengt via de andere gitaristen. In het stuk "I wish" geeft Harry Sacksioni hem alle ruimte om zich muzikaal uit te leven. En dit is niet tegen "dovemansoren gezegd"! Digmon trapt een soort wah wah pedaal in en gaat voor de zoveelste keer uit zijn dak.
De grote kracht van dit programma zit hem natuurlijk in het feit dat deze vijf topgitaristen, elk uit een andere discipline, er voor gekozen hebben juist mt elkaar muziek maken. Ze zouden namelijk ook hebben kunnen kiezen voor een programma waar iedere muzikant solo speelt met aan het eind n of een paar stukken samen. Voor die gemakkelijke weg is gelukkig nit gekozen. Het in de composities samensmelten van die totaal verschillende stijlen tilt deze voorstelling naar de hoogste hoogten, waarbij het publiek aan het eind van de avond niet meer op zijn stoel kan blijven zitten: De gitaristen worden ieder optreden dan ook terecht beloond met een oorverdovend ovationeel applaus.
Passie is op deze avond het juiste woord. Alle verschillende stijlen vallen precies op hun plaats in het totale geheel. In de maand december treden ze elf keer op in verschillende zalen door het land; grote kans dus dat ze bij je in de buurt spelen. Ik zou als ik Sinterklaas zou zijn maar goed uitkijken ... want het dak van n van die zalen kan er weleens af gaan..

Five Great Guitars
Telegraaf 30 januari 2003

Het getuigt van durf als je je eigen show Five Great Guitars noemt. Maar met de gitaristen die initiatiefnemer en jazzgitarist Jan Kuiper voor zijn 'avontuur door de wereld van de moderne gitaar' kon hij zich geen buil vallen. Natuurlijk, Nederlands beste en bekendste gitarist Harry Sacksioni doet mee. Net als flamencotopper Eric Vaarzon Morel, de Malinees Zou Diarra en het jonge talent Digmon Roovers. Samen gaan ze de komende maanden op pad langs de Nederlandse theaters waarin ze solo en gezamenlijk duellerend allerlei stijlen en facetten van de gitaar zullen belichten.

Kuiper heeft al eerder met een aantal andere gitaristen onder de noemer Five Great Guitars een rondje pluche gedaan. 'Om mijn drang om diverse stijlen te mixen te bevredigen, had ik een avond samengesteld waaraan o.a. Latin gitarist Leonardo Amuedo meedeed en een stel klassieke gitaristen. Uiteindelijk kwam daar niet uit wat ik verwacht had. Dat kwam omdat de improvisaties die ik voor ogen had niet lukten. Klassieke muziekanten, op een uitzondering na, kunnen dat gewoon niet. Ze spelen louter van blad en daardoor werd het nogal een statische bedoening. Ik heb geleerd...' Kuiper selecteerde de gitaristen op persoonlijkheid, stijl en dus ook het improvisatie vermogen. 'Sacksioni lijkt me duidelijk, daar wilde ik heel lang eens mee werken' , verteld de jazzgitarist. 'Hij heeft zo'n bijzondere eigen stijl, waarin hij melodie, bas en akkoord tegelijk speelt. De keuze voor flamencogitarist was ook snel gemaakt. In ons land staat Eric Vaarzon Morel op eenzame hoogte. Ikzelf vertegenwoordig de jazz. Graag had ik Leonardo Amuedo er weer bij gehad. Als vertegenwoordiger van de Latin gitaar is hij de allerbeste, van de wereld zou ik zelfs willen zeggen. Jammer genoeg is hij terug gekeerd naar Brazili. Toen kwam ik terecht bij Zou Diarra, uit Mali. Hem noemen ze ook wel de Afrikaanse George Benson, maar ik koos hem om z'n high-life stijl, die aparte Afrikaanse manier van gitaar spelen. Wat ik ook nog van de eerste editie had geleerd, was dat gitaren elkaar qua frequentie heel erg in de weg kunnen zitten. Je mist laag, Dan moet je een bassist nemen, hoor ik je denken, maar dat wilde ik nou juist niet. Digmon Roovers is een jonge talentvolle knul en die zorgt voor het laag op zijn gitaar.' Kuiper (46) speelt zelf al sinds zijn 15e gitaar. 'Het vriendje van mijn zus had een gitaar en die liet-ie vaak bij ons staan zodat hij veel bij mijn zus kon zijn.' Herinnert Kuiper zich. 'Op die gitaar begon ik, eerst met het betere kampvuurwerk en klassiek. Uiteindelijk vond ik te weinig inhoud in de pop muziek zitten. Het is meer een way of life, het gaat er teveel om de buitenkant. Op zoek naar inhoud kwam ik terecht bij gitaristen als John Mclaughlin en George Benson. Wijlen Wim Overgaauw is een van mijn grote inspirators geweest. Zonder meer de beste jazzgitarist van europa geweest. Nu? Jesse van Ruller is denk ik de nieuwe Overgaauw.'

Veertig shows maarliefst, zullen de snarenplukkers de komende maanden doen. Kuiper vind het ongelooflijk, maar schrijf het merendeel daarvan op het conto van Sacksioni. 'Hij trekt al jaren langs de theaters met zijn gitaren en de mensen weten wat hij zo'n avond brengt. Ik denk dat het publiek heel benieuwd is wat er gebeurd als hij plotseling met vier van die andere kemphanen op het toneel verschijnt. We hebben al try outs gedaan en de reacties waren ongelooflijk. Dit klopt, dit is goed. Dit is de echte volwassen uitvoering van Five Great Guitars.'

Five Great Guitars
Delfts Dagblad 5 februari 2003

Five Great Guitars met Jan Kuiper, Harry Sacksioni, Eric Vaarzon Morel, Zou Diarra en Digmon Roovers.

Jazzman Jan Kuiper kwam met het idee: laten we met vijf gitaristen het theater induiken om zonder poespas lekker te spelen. Zo ontstond het programma Five Great Guitars met Kuiper, allrounder Harry Sacksioni en flamencospecialist Eric Vaarzon Morel als vaste kern. Daarnaast figureren grote namen als Jan Akkerman en Leonardo Amuedo. In Zwolle waren die twee niet van de partij.

In Odeon kon de liefhebber van moderne gitaarmuziek kennis maken met de bescheiden maar virtuoze Afrikaan Zou Diarra en het jonge talent Digmon Roovers. De laatste beperkte zich hoofdzakelijk to baspartijen; de uit Mali afkomstige Diarra begeleidde en soleerde op semi-akoestische elektrische gitaar en schitterde op de West-Afrikaanse, met 24 snaren bespannen kora. Vijf gitaren is veel en in de handen van mindere goden zou het vuurwerk op dertig snaren tot een onontwarbare kluwen geluid hebben geleid. Niet bij dit gezelschap. De drie kernleden zijn uitnemende solisten - zoals te constateren viel hun individuele bijdragen. In de hoofdmoot van het concert, de kwintetstukken, toonden de vijf groten zich meesters in het weglaten. Met als prachtig resultaat: spanning, dynamiek en transparantie. een veelheid van stijlen passeerden de revue: flamenco en aanverwant Spaans werk, Latin, funk, jazz, een flard blues en pop. Vaarzon Morel toverde het complete palet aan fel-ritmische en flitsend snel notenwerk tevoorschijn in eigen composities als Sol y Sombra en (samen met Jan) Don Paco. Kuiper betoverde met Samba for Baden Powel, een ode aan de gitarist met dezelfde naam en zorgde voor de jazzy feel en punchy solo's in de groepsvertolkingen. Sacksioni is een fenomeen, dat je met zijn fingerpicking-stijl in de waan kan brengen dat er niet n maar drie gitaren klinken. In I Wish van Stevie Wonder speelde hij het klaar de Baslijnen, de begeleiding en de melodie uit dat ene kleine elektro-acoustische gevaarte op zijn schoot te persen. Als lid van een groep overheerst Harry niemand, maar legt hij een hecht fundament waarop anderen kunnen steunen en soleert hij compact en afgemeten.

Sommige gitaristen zijn prima donna's die altijd haantje de voorste willen zijn. Voor egocentrische gitaarhelden is in het clubje van kuiper geen plaats. Wel voor musici die elkaar de ruimte gunnen en in de improvisaties tot ongekende hoogte op stuwen. En die hun snarengeweld weten te doseren. Zowel in de intieme, emotionerende stukken als in het uitbundiger repertoire.

|Up|

Adama is an excellent singer
Djembe & Mande Music Page/Review Section

Adama Diabat "Jako Bayo" [Stern's Africa, STCD 1062] (Mali) This CD is a great place to begin exploring Mande jali music. Adama is an excellent singer, but she is probably a bit more accessible than say Ami Koita, Kassy Mady Diabat or Tata Bambo Kouyat, because her improvisations are more restrained and she stays a bit closer to the melody. The arrangements are wonderful, adding some bass, electric guitar and keyboards, while maintaining a strong traditional sound. A special treat is the ngoni playing of Makan Toukara, Adama's husband,. Personal favorites on this CD are "Dunwolo Lalou", and "Sabafolo". This is a thoroughly enjoyable CD.

ADAMA DIABATE Jako Baye Stern's Joy and jubilation!
Rootsworld, review by Cliff Furnald 1996
The next generation of divas from Africa are beginning to spread their wings and bring us their voices. Here is one that will surely bring you into the mesmerizing music of the Wassoulou. Adama Diabate has that voice, that voice that is both earthy and heavenly, alluring and foreboding. Her phrasing is indebted to the women who went before her, Oumou Sangare in particular, but she seems to have also found her own path, with a delivery slightly more aggressive than expected, more like the blues singer than a balladeer of Mali. Equally impressive is the ensemble gathered to back her up on this album. Toumani Diabate (once a wonder kid himself) does the kora duties, Kelitigui Diabate the balafon, Chiek Tidiane Seck provides the clever and tasteful keyboards he is becoming famous for. Throughout there is electronic programming, acoustic and electric guitars and some fat, fat bass lines, but they are all part of a more acoustic- roots whole that is unique and gives rise to a new star. It just doesn't get better than this on a hot summer's night.

The voice of Adama Diabate: Brilliant
Jako Baye (Stern, 1995) AfroDisc: October 1995 African Music Review
The voice of Adama Diabate on this debut album is akin to the diamonds you behold when the early morning sun strikes droplets of dew that settled on a blade of grass overnight. Brilliant. That raises the question: How could such a powerful voice escape notice for so long? This newest Malian star, as it turns out, is not new to music. She in fact has been singing all her life, partly because she was born into a musical family. More important, she was betrothed and married at an early age to Makan Tounkara, a celebrated master of the seven stringed n'goni. She would learn her craft from the best including famous singers like Ami Koita and Kandia Kouyate.
On Jako Baye, Adama Diabate has two clear advantages over the competition. First, she is a very talented singer whose clear voice shoots hot arrows at the listener. Secondly, she is backed by the very elite of Malian's music industry. Check out Toumani Diabate on kora, Keletigui Diabate on balafon, Cheick Tidiane Seck (Salif Keita's keyboard player), guitarist Zoumana Diarra (formerly with Super Biton, Super Djata and the Rail Band of Bamako) and, needless to say, her husband Makan Tounkara on the n'goni. Count this among the top five albums of the year.

Adama Diabat; BBC 3 Guide to Worldmusic
Griotte Adama Diabat's name is perhaps the least known on her first solo CD. She and Makan Tounkara were married in their teens and have worked together for many years.
CD Jako Baye
(Stern's UK)
Swing-along-a-Mali: a disc that brings rootsy Adama and her husband Makan Tounkara together with international Malian popsters - including the phenomenally talented ex-Rail Band man Zoumana Djarra - in a perfect blend.

|Up|

Aminata Kamissoko, Malamine
Rootsworld, Wayne Whitwam

Aminata Kamissoko continues a long tradition of the jalimusolu (female hereditary praise singer). She was born in the city of Kirina, in Mali, to Mand heritage, the daughter of another woman praise singer, Kandia Diabat. Aminata has been a professional singer since she was a child. After her marriage at age 16, she traveled to Senegal and Cte d'Ivoire (Ivory Coast), singing with various Western African groups, including Super Lanya Diazz. These days she resides in Mali, and is regularly employed as a wedding singer. On Malamine (mah-LA-mee-nay), her tobacco hewn, gritty voice is forceful and full of anguish. She sails above the layers of kora and guitar, which give her music a bluesy texture. As with her live performances, her son, Lamine Soumano, a talented kora player accompanies her on this album.
In Mali, female griottes (or jalimusolu) are greatly honored, and a number of these singers have become hugely successful, including most recently Ami Koita, Tata Bambo Kouyat and Kandia Kouyat. In the late 1980's, with disillusion of the government, griots began to turn away their praise songs (of government leaders), and began to include more social subjects. Meanwhile, from the southern region of the Wassoluou, a new form of music emerged by non-Jalis, its most famous star being Oumou Sangar.
Oumou Sangar and Aminata Kamissoko are hardly similar: their musical styles are different; one is a jali, and the other is not born into a jali family. Yet Sangar's international popularity makes her the natural ambassador for women in western African music. Sangar also serves as a good comparison for Aminata's music. Oumou sings about the problems of modern life for a young woman; her dislike of polygamy, the conflicts of obedience to one's family and one's husband, and life for young woman in a big city. Aminata is the older matriarch. She sings about deeply personal subjects that transcend cultural boundaries; the honor of her father, the love of her mother, the treatment of orphans and widows (in both cases, her mother), the frequent travel as an entertainer that separates her from her husband. One of Aminata's most moving pieces is a song of humble praise to her son, Lamine Soumano, from which the title track Malamine (oh! Lamine) draws its name. He accompanies her on kora throughout the album.
There's a story behind the song. Soon after her marriage, Aminata discovered she could not bear children. In Mand society, a barren woman faces ostracism. She is seen as "not serious" about having children, being an insincere spouse and mother. Aminata was spared this ridicule, as she adopted Lamine, albeit secretly, as a baby from Aminata's sister. Such generosity is rarely discussed outside of Malian families. Yet Aminata transcends these boundaries in song, showing great humility and love towards her son. Meanwhile, Lamine's musical talent would indeed make a mother proud.

Another outstanding female singer from Mali
Djembe & Mande Music Page/Review Section
Aminata Kamissoko "Malamine" [Stern's Africa STCD 1079] (Mali)

Another outstanding female singer from Mali, Aminata Kamissoko has quickly become one of my favorites. The timbre of her voice is similar to that Tata Bambo Kouyat as is her fervent delivery.She is accompanied buy her son, Lamine Soumano, on kora, Baye, on backing vocals, and Zoumana Diarra on electric bass and guitar; Lamine Soumano also adds some relatively subtle drum machine programming. In my mind, the two songs on this CD that stand out are "Malimine: and "Titati".

|Up|

Super Biton de Segou
Afro-Jazz du Mali    review: the Phat Planet.com

Music coming out of the Bamana tradition in Mali the sound of Super Biton, a force on the West African music scene from the 60s to the late 80s, is gentle and insinuating and less forceful than that of Super Rail Band and others. The Guitar in the Bajourou style - and Vocals are to the fore bringing melody and flexibility to the sound backed by an insistent rhythmic mix of modern & traditional percussion and a fine & funky horn sound. This album represents the pinnacle of the bands achievements and has been a big seller since its original release.

Review uit Japan voor de liefhebber

@̃O[v̉t͂߂ĎɂƂAԂDȂ ƎvBɍDɂ͂Ȃ̂
ǂATtEPC^bX[EhD[𒮂āAAtJE|bvX̐Eɂ
͂߂Ĕэ񂾐gɂ́AڂƂɕ̂ł B@Ƃ낪AƂ̓RĈŁA
K[iiCWFÃnCCtA60`70ÑMjÃ|bvXȂǂʉ߂̎ɂ́AȂ
ƂsIŐꂽTEhɊꂽƂB@Ȃł̂M^[Bot
Ĥ悤ɃRRƓ]‚ÂSn悢t͂ɂAtJIA\ł̃N[ɂău[
W[ȃt[WO̓bNۂB܂An`Ni86qj@oZĨh

|Up|

Muziek waarbij de zon gaat schijnen  >> Smilin' Osei

Peter van der Heide, 05 maart 2003, 18:57 uur, Dagblad van het Noorden
Bijna twintig miljoen Ghanezen vieren vandaag dat hun land 43 jaar geleden volledig onafhankelijk werd van Groot-Brittanni. En hoewel Smilin' Kwame Osei al zeven jaar gelukkig is in Nederland zegt de zanger en gitarist dat Ghana altijd zijn land zal blijven. "Waar ik ook ben: oost, west, thuis best." Zaterdag treedt Osei met zijn band op tijdens een Ghana-avond in Groningen.
Als jongetje hield Kwame Osei al zoveel van muziek dat hij het niet kon laten in de klas te zingen en te trommelen op de tafel. De meester was er niet van gediend en geheel volgens de Engelse koloniale traditie kreeg Osei een pak slaag. Zijn liefde voor muziek deed hem later besluiten zijn land te verlaten.
Op aanraden van zijn in Hamburg wonende broer belandde Osei uiteindelijk in Groningen waar hij tegenwoordig als kok werkt in verzorgingstehuis Bernlef. "Omdat mijn ouders geen geld hadden om mij te helpen met een muzikale carrire, was ik van plan zeeman te worden in Nigeria. Maar daar begon ik al snel in bands te spelen."
Hij coverde Otis Redding en Lionel Richie, zangers die net als Sam Cooke en Cliff Richard voor hem een bron van inspiratie vormden. Daarnaast luisterde hij naar The African Brothers Band en The Ramblers, twee belangrijke namen in de highlife muziek. Die blijmoedige dansmuziek ontstond in de Engelstalige landen van West-Afrika en groeide uit tot een van de populairste stijlen.
"In highlife worden ritmes en maatsoorten als 6/8 gebruikt. En die zijn moeilijk door westerse muzikanten te begrijpen", legt Osei uit. Het is ook mede daarom dat Ted Jaspers - eigenaar van het in Groningen gevestigde platenlabel Dakar Sound - graag ziet dat Osei met Afrikaanse muzikanten speelt.
Op Dakar Sound verscheen vorig jaar de internationaal geprezen tweede cd Alarm Blo waarop onder meer de befaamde gitarist Kweku Mensah te horen is. "De highlife die ik maak, voorzie ik op mijn manier van een beetje reggae, salsa en pop. Het is muziek waarbij de zon gaat schijnen, het is hot."
Niet alleen de highlife - met blazerssectie uit Brussel en zonder voorgeprogrammeerd digitaal geluid - klinkt opgewekt in de oren. Ook de boodschap die Osei via zijn teksten wil uitdragen is positief. Hij zingt over de liefde, het alledaagse leven en gaf aan zijn debuut-cd de titel O Bataan Se Ayeyi mee. Het betekent 'dank en lof aan de moeders' en daarmee toont Osei zijn respect voor alle moeders die negen maanden moeten lijden en vervolgens de zorg voor het kind op zich nemen.
"Een kind staat altijd dichterbij zijn moeder", weet Osei, zelf vader van een zoon van acht jaar. "Ik heb net een nieuw nummer geschreven dat ik zo snel mogelijk op wil nemen. Het is een oproep aan de hele wereldgemeenschap om voor de arme kinderen te zorgen. Die oproep is dus niet alleen aan Bush of Saddam gericht." En Osei begint te zingen: 'Now is the time, to rebuild the world.'

Smilin' Osei, Alarm Blo
Dakar Sound, 2001
review: the Phat Planet.com
Easy-going contemporary roots Highlife music from an artist new to the international scene but one sure to make an impact. Smilin Oseis sound is directing the current soulless pop-Highlife back to a more acoustic rootsy ground, incorporating all that is exciting in the music with a gentle, lilting, easy-dancing appeal. Guitars, Drum Kit and Saxophone monopolise the sound with the occasional carefully-placed keyboard embellishment and not a programmed beat in sight!

Smilin' has produced one of the best records out of Ghana in years
Smilin' Osei - Alarm Blo, Dakar Sound, 2001
Review: Afropop Worldwide
On his second CD--the first to reach international audiences--Smilin' Osei of Ghana thanks Bob Marley, The Comodores, James Brown, the Bee Gees, and Otis Redding. He also lists his prior bands, a selection of Ghanaian and Nigerian gospel and highlife outfits. Out of all this, he culls the music he calls Afro Konkoma, essentially a rich, revelatory new take on classic highlife with brisk horn work, and great Congo-inflected guitar arranging. This is one of a handful of recent records out of Ghana that put the lie to the growing perception that highlife is dead.
The opener, "Daanase (Praise the Lord)" pays some hommage to Smilin's gospel past, but the sound is solid highlife with chattering guitars and punchy horns worked around a pretty, hymn like vocal melody. It's clear from the start that the guitarists have studied their Congo music. The palm-wine derived "Kyere Wo Do (Show Me Your Love)" features a harmonized, Franco-like lead guitar riff, and the guitar interplay on the album's best dance track, "Afrinhyiapa (Happy New Year)," recalls classic Kinshasa boogie, as does the brass section assault in the song's boogieing final section, which has uplift and texture worthy of Franco's great TPOK Jazz.
But don't get the idea that Smilin' is indulging in mere Congo music imitation. That, along with R&B and reggae flavors, is just ornamentation on his strong highlife base. Smilin's sweet, strong vocals are full of highlife's pleading character, marked by sensuous sliding pitches and poignant phrasing. Especially fine is "Akwantu (Song of Moaning)," wich unfolds in a seductive and mysterious 6/8 feel, as it dreamily contemplates the inevitability of death and mentions beloved ancestors: Selassie, Marley, Kenyatta, and others. Smilin' has produced one of the best records out of Ghana in years. Let's hope the trend holds

|Up|

Kaira Ben's first release deserves a wide audience
Singa
Djembe Magazine, no. 19, January 1997
Kaira Ben is the name of a Malian group centred around Senegalese born singer Idrissa Magassa. In 1978 26 year old Magassa moved to Mali where he joined Super Djata Band and sang with them until the mid-1980's, when he decided to settle in Paris. On this CD he has gathered three Malian veterans: Tidiane Kone, sax and trumpet, Keletigui Diabat, balafon, and Cheikh Tidiane, keyboards. Kaira Ben also includes guitarists Zoumana Diarra and Moussa Diakit, and the respected ngoni-player Makan Tounkara. Zoumana Diarra and singer-percussionist Abdramane Djigui Fall, who produced the CD, have written the eight songs included.

The CD reflects various aspects of Malian music. On all tracks the music functions along traditional Malian lines with short interlocking instrumental phrases that support the singer's long melodic lines. The opening track, 'Bamba', points to the strong Cuban influence on early Malian pop music (although here played with a reggae-like bass line), and Magassa sounds so much like a Cuban singer that you wonder why he doesn't sing in Spanish. On at least three other tracks, however, Magassa employs a completely different style of singing. His voice takes on a harsher sound, and his phrasing and ornamentation of the melodic lines recall the close ties between Mali, North Africa and Andalusia. On two of these flamenco-like songs, 'Tounga' and 'Sara', Tounkara is responsible for a beautiful accompaniment on the ngoni. On the final track, 'Z Me Fo', I was surprised to notice a strong jazz influence on the phrases played by Tidiane Kone, Cheikh Tidiane, and one of the guitar players.
Kaira Ben's first release deserves a wide audience and my only problem with it is that Magassa's singing makes you want to know what he is singing about. Why aren't the lyrics (and a translation) included in a booklet?

|Up|


Alou Fane's Fote Mocoba
Dakar Sound, Holland
Review BBC 3 Guide to Worldmusic
Acoustic trio led by the late Super Djata Band vocalist, exploring hunters' rhythms of the Bamana and Wassoulou. Buzzing harp, spiralling balafon and singing that makes you jump out of your seat. Wild and compelling stuff.

Erik Huele World Music Group

Erik Huele en Sadip Bhattacharya hebben hun vruchtbare samenwerking, ontstaan bij de opname van de cd `Friday The Fourteenth', uitgebreid tot een inspirerende ontmoeting met musici uit Afrika.
De Malinese musici Zou Diarra en Abou Camarra, sinds enige tijd woonachtig in Nederland, hebben een rijke ervaring in de traditionele muziek van hun vaderland. Met de Railroad Band reisden zij in de jaren tachtig de halve wereld af.
De n'gnoni, die beiden bespelen, is een traditioneel Afrikaans snaarinstrument, gemaakt van een kalebas, met een warme harpachtige klank.
Sandip Bhattacharya is een maestro van de klassieke Indiase muziektraditie met een open oor voor muziek uit andere culturen. Hij maakte tournees door Europa, Japan en Amerika met onder andere de beroemde Hariprassad Chaurasia.
De muziek van Erik Huele's World Music Group heeft een sterk ritmische stroom met trance-achtige `minimal'-invloeden, en krijgt grotendeels gestalte vanuit improvisatie.

Sandip Bhattacharya: tabla, vocals
Abou Camarra: vocals
Zoumana Diarra string instrument(s) vocals
Erik Huele piano vocals
CD: E. Huele Ensemble: Friday The Fourteenth
Timbre Records 1995

Larmonie's Silver Moods
Concert a roaring success, St. Maarten
2001 thedailyherald.com

Judging by the long ovations, the joint performance of Larmonie's jazz group members and her former students of the Lollipops and Anbojolettes choirs scored high. So did the joint performance of the group with pan specialist Isidore "Dow " York.
Soloists Dave "Ronchi" Mathew on piano, Tony Thewett and Bobbie Vlaun on trumpet, Connie Marshall on saxophone, Fred York on drums, Paul Emmanuel and Alex Jack on guitar, Ernesto Arrendell on his many percussion instruments, guest star from Mali, now living in Holland, Zoumana Diarra on his wonderful instrument the kora and other solo players entertained the public very much.